Logo
 
 
Home      EPB      Eisen

                         

Er worden meerdere eisen gesteld aan de woning.
 
Hierbij een overzicht van alle eisen.
In de volgende applicatie van het VEA kan u ook bepalen welke eisen voor uw project van kracht zijn : EPB-wegwijzer.

E-peil

Er geldt een maximaal E-peil.

Het E-peil is een maat voor de energieprestatie van een woning en de vaste installaties ervan in standaardomstandigheden. Hoe lager het E-peil, hoe energiezuiniger de woning is.

Het E-peil hangt af van:

  • de compactheid
  • de thermische isolatie
  • de luchtdichtheid
  • de ventilatie
  • de verwarmingsinstallatie en het systeem voor warmwatervoorziening
  • de oriŽntatie en bezonning
  • de koelinstallatie
  • de verlichtingsinstallatie (enkel bij kantoren en scholen)
Het E-peil wordt berekend voor elk deel van een gebouw dat afzonderlijk gebruikt wordt en voor elk deel dat een verschillende bestemming heeft.
 
Hierbij een overzicht van de eisen betreffende het E-peil.
  • aanvraag tot stedebouwkundige vergunnding ingediend tussen 1/01/2006 en 31/12/2006     : E < 100
  • aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning ingediend na 01/01/2010                           : E <80

K-peil

Er geldt een maximaal K-peil. (zie eisen bij het overzicht van de eisen)

Het K-peil geeft het maximaal peil van de globale warmte-isolatie van het gebouw weer. Dit komt er op neer dat er een gemiddeld isolatieniveau berekend wordt voor het gehele gebouw.

De K-peileis geldt, in tegenstelling tot de E-peilleis, voor het gebouw als geheel.

Het K-peil houdt rekening met het warmteverlies door de buitenmuren, de daken, de vloeren, de vensters ... en met de compactheid van het gebouw.

U- en R-waarden

Er gelden maximale U- en minimale R-waarden. Dat zijn eisen op vlak van thermische isolatie.

De U-waarden is de maximale warmtedoorgangscoŽfficiŽnt van de scheidingsconstructies (muur, vloer, dak, raam, deur, ...). Een U-waarde wordt uitgedrukt in W/m≤K. De U-waarde van een constructiedeel geeft aan hoeveel warmte er per seconde en per vierkante meter verloren gaat als het temperatuurverschil tussen binnen en buiten 1įC is. De U-waarde wordt bepaald door de verschillende materiaallagen waaruit het constructiedeel bestaat: dikte en lambda-waarde van elk materiaal.

De lambda-waarde geeft de warmtegeleidbaarheid van een materiaal aan. Ze wordt uitgedrukt in W/mK. Hoe hoger de waarde is, hoe beter de warmte geleid wordt en dus hoe minder goed het materiaal isoleert.

Voor bepaalde scheidingsconstructies gelden minimale warmteweerstanden (R-waarden), in plaats van maximale U-waarden. De R-waarde geeft het warmte-isolerend vermogen van een materiaallaag aan, vaak gebruikt als isolerende waarde van dubbelglas, muren, vloeren, daken. De R-waarde is de warmteweerstand van een materiaallaag en wordt uitgedrukt in m2K/W. Hoe groter R, hoe groter de weerstand die de warmtedoorgang ondervindt en hoe beter het materiaal isoleert.

De berekening van de R-waarde is afhankelijk van de materialen waaruit de te onderzoeken constructie bestaat. De materiaaldikte, in meter, wordt gedeeld door de λ-waarde (de warmtegeleidingscoŽfficiŽnt).
 

Ventilatie

Er gelden minimumeisen voor ventilatievoorzieningen.

∑         Bij een verbouwing moet men enkel voor de droge ruimten waar ramen vervangen worden, minimale toevoeropeningen voorzien; 

∑         Bij andere werkzaamheden moet een volledig ventilatiesysteem geÔnstalleerd worden.
 
Meer informatie voor ventilatie vindt U in de ventilatiegids en op deze website.
 

Oververhitting

Het beperken van het risico op oververhitting is samen met de eis voor minimale ventilatievoorzieningen een eis op het vlak van binnenklimaat.

Enkel bij woongebouwen wordt deze beperking specifiek geŽist (dus niet voor bv. kantoren).

In gebouwen waar relatief veel beglazing is toegepast in verhouding tot het beschermde volume kan het moeilijk zijn om het oververhittingrisico te beperken als er weinig of geen aandacht besteed wordt aan oriŽntatie van de vensters, zonwering, beschaduwing van de vensters,Ö

Bouwknopen (koudebruggen)

Op plaatsen waar de thermische isolatie niet doorloopt of niet aansluit, gaat veel warmte verloren en dringt koude naar binnen. Dat noemt men een bouwknoop (nieuwe benaming voor een koudebrug). Als warme lucht afkoelt, bijvoorbeeld in contact met een koud oppervlak waar isolatie ontbreekt, kan condensatie ontstaan. Condensatie betekent vocht op het oppervlak en kan aanleiding geven tot geurhinder, schimmelvorming...

Ook met koudebruggen zal men in de toekomst moeten rekening houden bij de EPB-berekening. Vanaf wanneer dit wordt ingerekend is echter nog niet bekend.
 
Er zijn drie manieren om dit in te rekenen :
1. De bouwknopen worden stuk per stuk berekend met een computermodel en de waarde wordt dan opgenomen in de software door extra k-punten toe te kennen. Dit is echter zeer tijdrovend en duur.
2. Er wordt gekeken voor elke bouwknoop of hij EPB-aanvaard is of niet aanvaard. Voor elke bouwknoop die niet EPB-aanvaard is worden dan extra k-punten toegekend. Omdat deze methode minder nauwkeurig is worden er forfaitair 3 k-punten bij geteld. Voor deze methode is het zeer belangrijk dat alle details van de bouwknopen door de architect worden uitgetekend. Anders kunnen ze niet worden beoordeeld.
3. De bouwknopen worden niet in detail uitgerekend, maar er worden forfaitair 10 k-punten toegekend.
 
Omdat methode 1 en 2 zeer tijdrovend en kostelijk zijn, en omdat zelden alle bouwdetails voorhanden zijn, wordt er standaard met de derde methode gerekend. Indien expliciet gevraagd door de bouwheer, kan ook methode 2 worden gevolgd (indien alle bouwdetails aanwezig zijn), maar dit heeft ook zijn gevolgen voor de prijs van de EPB-verslaggeving. Dit omdat het meer tijd vraagt.
 

Indeling project

Voor de berekening en controleren van de eisen wordt het project opgedeeld in stukken :